Nederland als markt voor buitenlandse merken

Veel merken die actief zijn in Nederland hebben hun thuisbasis in een ander land. Dat is heel normaal maar er gaat wel wat aan vooraf. Smaken verschillen en dat ontdekken deze bedrijven als ze de harten van de Nederlandse consument proberen te veroveren. Nederland wordt door overzeese ondernemingen nog wel eens gezien als een springplank naar Europa. Stel, je wil je kledingmerk lanceren in heel Europa terwijl je thuisbasis Californië is. Om te beginnen ontdekken de Amerikaanse marketeers dat Europa helemaal geen markt is. Ieder land heeft zijn eigen taal, zijn eigen media, zijn eigen social media helden en eigen cultuur met verrekt weinig cross-over van het ene land naar het andere land. Waar begin je?

Bij voorkeur in het Verenigd Koninkrijk, daar spreken ze de taal alvast. Vervolgens Duitsland, als grootste markt van Europa. Maar, die introducties hebben ook een risico. Als je faalt ben je weg. De klanten, de partners, de retailers, ze zullen je niet een tweede keer uitnodigen om het deze keer wel goed te doen. Nee, een wat kleinere markt met wat Engelse kenmerken; nagenoeg iedereen spreekt de taal en snapt de Engelse humor, wat Duitse kenmerken; Nederlanders hebben veel historie en veel overeenkomsten met Duitsers en zelfs een vleugje Frans; Nederland maakte ooit deel uit van het Franse rijk. Tel daarbij op de reislust en het schaamteloze gemak waarmee we communiceren met onze Europese vrienden (Hey amigo, quanto costa el T-shirt?) en je hebt het volkje gevonden dat wel eens role-model zou kunnen zijn voor de rest van Europa. Een foutje wordt je nog wel eens vergeven en mocht het mislukken; het is niet de grootste markt van Europa. Al met al genoeg redenen om Nederland te kiezen als startpunt.

Je krijgt dan wel te maken met onze eigenaardigheden zoals onze ongeëvenaarde directheid (u hoeft dat jurkje niet te passen hoor, die hebben we niet in uw maat) en onze collectieve afkeur van dikdoenerij. Zo parkeer je je Lamborghini niet op de stoep of voor iemands uitrit, terwijl in andere -Zuid-Europese- landen die Lambo als een soort heiligdom wordt beschouwd en je wegkomt met foutparkeren.

In je communicatie moet je dus bescheidenheid inbouwen. Anders dan in de VS dus en ook anders dan in Zuid-Europa. Datzelfde geldt voor Duitsland, waar woordkeus weer op een goudschaaltje ligt. Humor is altijd een goed idee, hoewel een boodschap met humor totaal verkeerd kan aankomen in een ander land. Zoals de commercial over haar door Amazon. Leuk in Duitsland, een slechte grap voor de Nederlanders. Ook je kansen bij retailers (als je via retailers distribueert) zijn schaars. Je bent immers niet de eerste buitenlandse partij die zich meldt met de vraag of je hun product wil opnemen in de schappen.

Wat moet je dan doen? Om te beginnen neem je een bureau in de arm die je verder kan helpen. Eentje waar ze de nuanceverschillen begrijpen en uit kunnen leggen. Zoals: nee, mensen hier doen niet wat je wil omdat je marktleider bent in een ander land. En nee, de pers springt niet op uit zijn stoel omdat je bedrijf triple digit growth heeft laten zien in het afgelopen jaar. Maar wel: Nederland staat open voor buitenlandse merken en buitenlandse bedrijven. Chauvinisme is geen Nederlandse eigenschap. En ook: Nederlanders hebben respect voor mensen en bedrijven die stap voor stap hun stinkende best doen. Net als bij onze zuiderburen willen we eerst een praatje met je maken, je een beetje leren kennen en misschien eerst een drankje met je drinken omdat het gevoel goed moet zijn, vertrouwen speelt een belangrijke rol. Het is niet noodzakelijk, we zijn immers nuchter en direct, maar helpen doet het zeker.